Sponsor

 

Vogelartikelenwebshop.nl

De Webshop met vogelartikelen die er voor
zorgt dat uw hobby betaalbaar blijft nu en in de toekomst.

De nieuwe benamingen bij de Gouldamadine - Deel 1

PDFAfdrukkenE-mailadres

De nieuwe benamingen bij de Gouldamadine - Deel 1.  
(Door Daniël Wildemeersch)

 
Deze nieuwe benamingen gelden helaas niet voor Nederland


 
Algemeen

Over gans de wereld werden en worden er aan de gouldamadine de meest uiteenlopende benamingen gegeven. Zelfs in zijn land van herkomst Australië bestaan er namen zoals: Lady Gouldian finch, Lady Gouldian, Gouldian Finch, Gould finch, Natures Jewel, Rainbow finch, Painted Finch, om er maar enkele te noemen.

Ook de wetenschappelijke benaming is doorheen de jaren sterk aan verandering onderhevig geweest, zoals onder andere Amadina Gouldiae, Chloebia Gouldiae mirabilis (roodkop), Chloebia Gouldiae gouldiae (zwartkop), Chloebia Gouldiae armitiana (oranjekop), Peophila Gouldiae, Erythrura Gouldiae.
 
 Voorwoord
 
Huidige situatie
Wanneer we het hebben over de verschillende verschijningsvormen van de gouldamadine en dan beperken we ons in dit artikel tot het Nederlandstalig gebied, dan stellen we vast dat er voor één bepaalde vorm verschillende en zeer uiteenlopende benamingen bestaan.

Nemen we bijvoorbeeld eens de gewone groene oranjekop dan zien we:
In België (K.B.O.F.) 
:groene oranjekop (volgens standaard)
In België (A.O.B.)
:groene okergeelkop (volgens magazine)
In Nederland: (N.B.v.V.)
:oranjekop lichtgroen paarsborst (volgens standaard)
In Nederland (A.N.B.v.V.)
:groen oranjekop (volgens standaard)

Wanneer we het over mutaties hebben dan wordt het nog gekker.
Nemen we even het voorbeeld van de bij ons bekende blauwpastel beigekop.
In België (K.B.O.F.)
:blauwpastel beigekop (volgens standaard)
In België (A.O.B.)
:onbekend (geen antwoord ontvangen)
In Nederland: (N.B.v.V.)
:hemelsblauw overgoten paarsborst roodkop/oranjekop (volgens standaard)
In Nederland (A.N.B.v.V.)
:overgoten blauw beigekop (volgens standaard)

Bovenstaande uit de praktijk gehaalde voorbeelden maken het voor de liefhebber nu niet bepaald eenvoudig om te weten over welke verschijningsvorm het nu juist gaat.
Dergelijke overbodige taalverwarring plus het feit dat er binnen afzienbare tijd mutaties het levenslicht zullen zien die zeer gelijkend aan elkaar zullen zijn doch qua erfelijkheid volledig verschillen maken dat een degelijk en goed gestructureerd benamingreglement voorhanden moet zijn.

Het is dus zonneklaar wil je toekomstige problemen vermijden de nieuwe benamingen zullen moeten gebaseerd zijn op de erfelijkheid.

Dergelijke wijzigingen werden reeds gerealiseerd en zijn definitief bij de Agaporniden, halsbanden en swiften. Ze zijn momenteel ter studie en afhandeling voor de forpussen, neophema elegans, en andere.
Deze realisaties mogen worden toegeschreven aan de blijvende inzet van Mutavi, Research & Advice Group.

Bij het realiseren van de nieuwe internationale benamingen voor de gouldamadine werd beroep gedaan op de grootst mogelijke kennis die op dat gebied voorhanden is. Zo werden personen en organisaties benaderd die op basis van hun erfelijkheidskennis en/of hun specialisatie in de kweek en het houden van de gouldamadine hun sporen hebben verdiend.

Deze internationale werkgroep Gouldamadines was samengesteld uit o.a.:
James Watson, GPA Genetic Advisor, Australia
Dr Terry Martin, BVSc, Australia
Winnie McAlpin, GPA101Genetics, U.S.A.
Inte Onsman, Research Coordinator Mutavi.
Dirk Van den Abeele, Mutavi, België.
Daniël Wildemeersch, B.N.E.C., België.

De oorspronkelijke benamingen werden opgesteld in het Engels en omvatten naast de volledige naam tevens een benaming in afgekorte vorm.
Een vertaling van beide naar het Nederlands werd gemaakt en kan probleemloos worden toegepast mits de structuur in elke taal gelijk is.
 
 
Structuur van de nieuwe benamingen
 
Bij het op puntstellen van deze benamingen werd geopteerd voor een vaste samenstelling met dien verstande dat elke benaming in eender welke taal een vaste structuur heeft en begint met
  1. de kop (roodkop, zwartkop, oranjekop) , gevolgd door
  2. de borst indien deze afwijkend is van de wildvorm (bv. witborst, lilaborst) en vervolgens
  3. de rug (groen, dubbel factor pastel, blauw, …)
 
De benamingen waarvan nu al gekend is dat ze in de toekomst nog kunnen wijzigen maar die om reden van algemeen gebruik zo bekend zijn werden tussen * * geplaatst.
Op deze wijze wordt van in den beginne reeds benadrukt dat deze naam slechts tijdelijk kan zijn.
Een voorbeeld is *blauw* afgekort als *BL* waarvan nu reeds geweten is dat de mutant normaal “turkoois” is. Eens de echte blauwe mutant een feit is zal de benaming dan ook aangepast worden.
 
De wildkleuren

Hoe worden de wildkleuren nu genoemd?
Wel, in de natuur komen drie verschillende kopkleuren voor, nl roodkop, zwartkop en oranjekop.
De samenstelling van de nieuwe benaming ziet er dus uit als volgt:
  1. kop: roodkop, zwartkop of oranjekop
  2. borst wordt niet vermeld aangezien het geen afwijkende mutatie is en dus als overbodig wordt beschouwd. Indien men bijvoorbeeld “paarsborst” zou vermelden dan zou men even goed de andere verschilpunten ook kunnen vermelden, zoals bijvoorbeeld de kleur van de onderbuik of van de keelvlek)
  3. rug: groen
Zodoende komen we tot de volgende benamingen:
de juiste benaming van de wildkleur roodkop is dus “roodkop groen”
deze van de wildkleur zwartkop is “zwartkop groen”
en deze van de wildkleur oranjekop is “*oranjekop* groen”.

Je bemerkt onmiddellijk dat *oranjekop* werd geplaatst tussen twee sterretjes.
Dit om aan te duiden dat deze benaming niet geheel logisch is. In vele Angelsaksische landen wordt immers de benaming “Yellow head” zijnde “geelkop” gebruikt en aldaar zal deze benaming blijven bestaan.
De aanwezige kleurstof is geel, maar door de bruinachtige ondergrond geeft dat de oranje kleur. Vandaar dat ze de benaming geelkop gebruiken.
Gezien evenwel in de toekomst een echte gele kopkleur kan ontstaan werd in de overige landen (Europa, Brazilië, enz…) beslist om het bij de bestaande “oranjekop” te houden maar om reden van knipperlicht werd het tussen * * geplaatst.

Samengevat zijn de officiële benamingen van de drie wildkleuren:
 
Roodkop groen, met als afkorting
RK GR
*Oranjekop* groen
*OK* GR
Zwartkop groen
ZK GR

Bij deze benamingen bedoeld men dus zowel mannen als poppen.
Indien een man bedoeld wordt dan dient “man” te worden toegevoegd. Idem voor een pop.

 
De groene witborsten

Zoals hiervoor uiteen gezet dient een afwijkende borstkleur t.o.v. de wildvorm in de benaming voor te komen. Eén van deze afwijkingen is de witborst.
Deze afwijking komt in de naam samenstelling op de tweede plaats tussen de kopkleur en de rug.
De juiste namen zijn bijgevolg;
 
Roodkop witborst groen
RK WB GR
Zwartkop witborst groen
ZK WB GR
*Oranjekop* witborst groen
*OK* WB GR
 
In feite is het heel simpel gehouden en met een beetje aandacht in het begin zeer gemakkelijk te onthouden.

Ik hoor het je al afvragen: waarom dienen eigenlijk deze afkortingen?
Wel deze kunnen onder andere zeer nuttig zijn voor het vraagprogramma van de tentoonstellingen zodat geen lange namen dienen vermeld.
Om dezelfde reden zijn ze ook zeer interessant om in advertenties of artikels, brieven, enz… te gebruiken.
Uiteraard, indien in het vraagprogramma van de tentoonstelling de mannen en de poppen afzonderlijk spelen dient na de afkorting het woord man of pop toegevoegd.
Indien ze evenwel samen spelen dan volstaat de afkorting zonder de aanduiding man en/of pop.

 
De groene lilaborsten

Voor de lilaborsten hebben we dezelfde naam samenstelling als voor de witborst.
Gezien het hier ook een mutatie betreft wordt deze op de tweede plaats geschreven.
Aldus bekomt men:
Roodkop lilaborst groen
RK LB GR
Zwartkop lilaborst groen
ZK LB GR
*Oranjekop* lilaborst groen
*OK* LB GR
 

Volgende maal gaan we verder met de pastel vogels.