| Lijnteelt |
|
|
|
|
Gebruik van de inteeltmethode (lijnenteeltmethode) t.b.v. rasverbetering De enige weg om tot kwaliteitsverbetering (rasverbetering) van onze kweekstammen te komen is door op de juiste wijze gebruik te maken van de inteeltmethode. Alvorens men tot de inteeltmethode overgaat is het wenselijk een goede kennis te hebben van onze vogels. Voor een beginnende liefhebber is het beter om eerst willekeurig wat te kweken met vogels, om zodoende wat meer ervaring op te doen. Tevens is het voor elke vogellief- hebber wenselijk om kennis op te doen over de erfelijkheidsleer. Door gebrek aan ervaring en geen of onvoldoende kennis hebben van de erfelijkheidsleer kan de inteeltmethode ook tot achteruitgang van de vogels leiden. Denk in dit kader bijvoorbeeld bij de kanaries aan de lethale (=dodelijke) faktor die zich voordoet bij de paring intensief x intensief. Kennis van dit soort erfelijke faktoren kan dan veel ellende voorkomen. Wanneer men eenmaal wat meer bedreven is in het kweken met vogels en eventuele fouten aan de vogels kan onderscheiden dan kan men overgaan tot een juiste toepassing van de inteeltmethode. De in het schema weergegeven vorm van inteelt noemt men lijnenteelt. Het schema helpt u om tot een juiste toepassing van de inteeltmethode te komen. In het schema zijn drie verschillende erfelijke lijnen weergegeven, te weten:
De vaderlijn Wanneer u de beschikking heeft over een mooie forse man, die goed van type, kleur, tekening en van een goede afstamming afkomstig is (een vogel uit goede ouders dus) en u heeft zelf geen pop van deze kwaliteit, dan kan met behulp van de lijnenteelt zoveel mogelijk geprobeerd worden de kwaliteiten van deze man terug te krijgen. Op het schema ziet u de man (stamvader) aangegeven met een zwart balkje en de pop (stammoeder) met een wit balkje. De jongen uit paring 1, zo laat het schema zien, bezitten 50% bloed van de man en 50% bloed van de pop. In het schema worden deze jongen aangegeven met een balkje met de letter A die voor de helft zwart en voor de helft wit is gekleurd. Om nu te voorkomen dat we in kwaliteit achteruit zouden gaan moeten we er op letten de jongen niet terug te paren aan de moeder (De pop was immers niet zo goed als de man!!!). We volgen in het schema de lijn van de vader (stamvader) en paren hem vervolgens met z'n beste dochter (zie in het schema onder paring 2). De jongen uit deze paring, aangegeven met het balkje met de letter B, zullen dan al 75% van het ideaal van de oorspronkelijke man (stamvader) hebben.In het derde jaar paren we dezelfde man (stamvader) met de beste dochter uit paring 5. Zoals uit het schema valt op te maken levert deze combinatie, aangegeven met het balkje met de letter D, al 87,5% van het ideaal op van de oorspronkelijke man (stamvader). Indien we paring 6 in het schema eens wat nader bekijken dan zien we hoe het niet moet, als we tenminste uitgaan van het standpunt dat we het ideaal beeld van de vader willen benaderen. Uit deze paring, aangegeven met het balkje met de letter E, komen namelijk jongen voort die nog maar 12,5% bloed van de oorspronkelijke man bezitten. Met deze paring raken we dus verder verwijderd van het hetgeen we nastreven.
De moederlijn Een tweede mogelijkheid is de lijn van de moeder te volgen indien deze van een goede kwaliteit zou zijn. Zie hiervoor in het schema paring 1, paring 3 en paring 6. De jongen uit paring 6, aangegeven met het balkje met de letter E, zullen de goede kwaliteiten van de pop bezitten.Combinatie van de vader- en de moederlijn Als blijkt dat uit een combinatie van twee normale vogels jongen worden geboren die duidelijk beter zijn als de ouders, dan kunnen we gebruik maken van een combinatie van de vader- en moederlijn.
![]() Bron: Adri van Kooten |




