Voorbereidingen voor de TT PDF Afdrukken E-mail
Menig gouldliefhebber zag zijn kampioensaspiraties in rook opgaan doordat hij zijn vogels zonder enige voorbereiding naar de keurzaal bracht. Niet zelden worden kwalitatief betere vogels van de eerste plaats verdrongen door vogels die aan kwaliteit iets minder in huis hebben, maar veel beter voor hun verblijf in de tentoonstellingskooi zijn voorbereid.
 
Een tentoonstellingsvogel moet op de eerste plaats een showvogel zijn. Daarvoor zijn een optimale lichamelijke conditie en een gaaf en strak gedragen verenpak een eerste vereiste. Vogels die hieraan niet voldoen, kunnen nooit voor een hoge waardering in aanmerking komen. Ook vuile, niet geconditioneerde, ongetrainde en schuwe vogels krijgen onherroepelijk strafpunten en zijn afgezien daarvan geen reclame voor een tentoonstelling. Met wat meer moeite kunnen opmerkingen in de trant van : 'Vogel is te onrustig' of 'Beter trainen' voorkomen worden.
Dergelijke tekortkomingen zijn in het algemeen de fout van de kweker. Denk niet dat deze fouten alleen door beginners gemaakt worden. Ongeveer de helft van het aantal vogels dat jaarlijks op de tentoonstellingen in Nederland ter keuring wordt aangeboden, wordt onvoldoende of in het geheel niet getraind. Wat dat betreft kunnen we van de Belgische liefhebbers nog veel leren.  Bij de Belgen wordt veel meer aandacht aan de opmaak en de training van de vogels besteedt dan in Nederland.
Handelt de beginner mogelijk nog uit onwetendheid, de gevorderde liefhebber en met name de grote fokkers verschuilen zich dikwijls achter het motief dat ze voor het trainen van hun showvogels geen tijd hebben. Valt de beoordeling door eigen nalatigheid wat lager uit dan verwacht, dan krijgt tien tegen één de keurmeester de schuld.
 
Sommige vogels zijn geboren showvogels. Zoals overigens alle psychische en fysieke kenmerken dankt een vogel deze eigenschappen aan erfelijke factoren en het behoeft geen betoog dat infokken van deze eigenschap tevens de beste methode is. Immers, vogels die de aangeboren behoefte hebben om zich te 'tonen' zodra ze in de tentoonstellingskooi zitten, behoeven bijna niet getraind te worden. Kiest u niet voor deze methode, dan kunt u natuurlijk even goed prima getrainde vogels op de shows brengen, doch u zult veel meer tijd nodig hebben de vogels af te richten.
 
Een goede methode is 8 weken voor de TT met de voorbereidingen te starten. Begin met alle vogels die op het eerste gezicht geschikt lijken voor de tentoonstelling op uiterlijke gebreken te controleren. Vogels met onherstelbare gebreken zoals het missen van nagels en tenen, kromme tenen en snavelvergroeiingen, worden uitgeselecteerd. Het is duidelijk dat dergelijke vogels op een tentoonstelling niet thuis horen. Vervolgens controleren we de vogels op gebroken vleugel- en staartpennen. Een afgebroken vleugel- of staartpen kan voorzichtig uitgetrokken worden. Vooral recht, dus in de groeirichting van de veer uittrekken en hierbij een vinger op de veerinplant plaatsen. Trekt men de veer scheef uit groeit de nieuwe veer ook scheef terug. Het duurt circa acht weken tot de uitgetrokken pen door een nieuwe is vervangen. Nadat alle vogels die naar onze mening voor de tentoonstelling in aanmerking komen goed bekeken zijn, plaatsen we ieder afzonderlijk of met zijn tweeën in broedkooien, alleen mannen bij mannen en poppen bij poppen. Hierin kunnen ze tot veertien dagen vóór de keurdag blijven.
 
De training neemt ongeveer twee weken in beslag. Daartoe worden de vogels ieder apart in een tentoonstellingskooi gezet. Vogels die in deze kooi meteen op stok gaan zitten, zijn meestal goede leerlingen, al hoeft u de moed niet dadelijk te laten zinken als de vogel dit niet direct doet. Het trainen van de vogels doen we bij voorkeur met een keurstokje dat de keurmeester ook gebruikt. Probeer de opgekooide vogels met het keurstokje op stok te krijgen. Lukt dit, neem dan de volgende vogel. Blijf vooral rustig, ook als een en ander wat tegen zit en bedenk dat u door zich kwaad te maken niets bereikt.
Zodra de vogel begrijpt wat de bedoeling is, is er al veel gewonnen. Praat tegen uw vogels, dan gaat er een zekere rust van u uit. Herhaal in het begin enkele malen per dag uw poging de vogels op stok te krijgen en u zult zien dat na een paar dagen de meeste al op stok gaan zodra u tegen de tralies tikt. Vogels die na enkele dagen nog niet op stok willen en die met veel lawaai onder in de hoek van de kooi kruipen zodra u voor de kooi gaat staan, kunt u beter weer in de volière doen. Op de tentoonstelling zult u met dergelijke vogels niet veel eer behalen.
 
Een goede methode is ook direct na het uitvliegen met de training te beginnen en enkele weken voor de keuring een herhaling van het geleerde te geven. Bent u er in geslaagd uw vogels zover af te richten dat ze direct op stok gaan zitten als u een tik tegen de tralies geeft, dan begint u met steeds de kooien te gaan verzetten. Voor en tijdens de keuring worden de kooien ook vele keren versjouwd en een vogel die hieraan gewend is, stoort er zich op den duur niet meer aan en u voorkomt dat de vogels vlak voor de keuring van streek zijn.
Leer uw vogels ook zich op de stok om te draaien. De keurmeester moet de vogel aan alle kanten kunnen bekijken. Gebruik hierbij weer het keurstokje. Elke keer de vogel slechts eenmaal laten draaien want anders snappen ze de bedoeling niet. Zodra de vogel zich dus omwendt, neemt u de volgende kooi. Zet tijdens de trainingsperiode de kooien zo neer dat u er telkens langs moet. Ze wennen aan het verkeer en zullen op den duur rustig blijven zitten. Laat ook uw huisgenoten en kennissen eens langs de kooien lopen, zodat ze ook aan vreemden wennen.
 
Tentoonstellingsvogels moeten mooi schoon zijn en glad in de veren zitten. Dit kunnen we bewerkstelligen door de vogels elke dag, te beginnen veertien dagen voor de keuring, met heet water te besproeien. Een bloemenspuit kan hierbij goede diensten bewijzen. Vul de bloemen spuit met heet water, als het namelijk uit de bloemenspuit komt is het nog maar lauw. In het begin zal de vogel schrikken, doch na een paar keer ervaren de meeste vogels dit dagelijks bad als aangenaam. Nadat de vogels besproeid zijn (vooral niet te nat maken) beginnen ze toilet te maken en wordt elke veer in orde gebracht.
 
Tijdens de trainingsperiode dient het voeren uw speciale aandacht te hebben. Voer uw vogels tijdens het tentoonstellingsseizoen zodanig dat ze een weinig aan gewicht toenemen. Dit heeft tot voordeel dat de vogel zich rustiger gedraagt en het compenseert een eventueel gewichtsverlies tijdens het vervoer en tijdens de tentoonstelling. Voorzichtigheid is echter geboden omdat een te vette vogel nooit op z'n best kan zijn.

Enkele dagen voor we de goulds moeten inbrengen voor de show gaan we ze toiletteren. Bij de overgoten goulds komen weleens donkere veertjes voor in het rugdek, als het maar een enkel veertje is kun je deze met een pincet verwijderen. Dit is volkomen legaal. Laat je echter niet verleiden om aan de bevedering te gaan knippen, waar dan ook.
Dit is niet toegestaan en is fraude plegen.
We kijken de snavel na of deze glad is en geen schilfers heeft. Is de snavel niet glad kunnen we deze met een scherp mesje voorzichtig afschrapen. We kijken ook de pootjes na of er geen vuil opzit en doen ze zonodig wassen.
Als laatste behandelen we de snavel en pootjes met b.v. babyolie. Dit kun je het beste doen met een wattenstaafje.
Gebruik maar heel weinig olie zodat de veren hiermee niet in aanraking komen.

De inzenders onder u kunnen met deze wenken hun voordeel doen door hun besturen op deze zaken te wijzen. Het is tenslotte ons aller belang dat onze fokproducten onder de meest gunstige condities gekeurd worden.
Als u de vogels naar de TT brengt zorg er dan voor dat de TT-kooien waar vogels inzitten zijn voorzien van hoezen of in draagtassen zijn geplaatst. Bij het inbrengen van de vogels kan het vaak druk zijn, vooral op de grotere TT’s, plaats echter nooit kooien op de grond omdat het daar bijna altijd tocht.